Rondleiding
Een rondgang door de boot
Het interieur van een onderzeeboot is voor een buiten staander altijd een wirwar van leidingen, kabels, handels, kleppen en apparatuur met daartussendoor hier en daar stapels bedden, enige zitverblijven en ergens in een hoekje iets wat op een kombuis lijkt. Dat geldt ook voor de Potvis. Om een indruk te krijgen van de indeling volgt hier een omschrijving van de diverse ruimten.
De boegbuiskamer
Wanneer we vanaf het dek via het torpedoluik voor
in de boot afdalen komen we eerst in de boegbuiskamer. Zo
genoemd omdat in het voorste gedeelte van de boot vier lanceerbuizen zijn
gesitueerd. Deze ruimte doet op zee dienst als
slaapverblijf voor alle korporaals en enige
manschappen. Hiertoe
is deze ruimte voorzien van 24 bedden t.w.6 aan SB in de brede zij, 2 x 3 boven
elkaar, hetzelfde aan BB en dan nog 12 in het midden , 3 x
4 boven elkaar. Deze laatste kunnen omhoog geschoven
worden, waardoor op die plaats 3 tafels kunnen staan, zodat
een zitverblijf ontstaat. Binnenliggend wordt het een
gezellig korporaalsverblijf. Uiteraard dient deze ruimte
ook als werkplaats van de torpedomakers, t.b.v. onderhoud aan de torpedo's en
eventueel herladen van de buizen. Vooral tijdens
inschietperiodes en het doen van exercitieschoten geeft dit veel ongemak voor
hen die hier moeten slapen en recreëren. Tevens dient de
boegbuiskamer als voorste ontsnappingscompartiment van waaruit de gehele
bemanning in tijd van nood de boot kan verlaten. Onder het
loopdek bevinden zich nog de reserve torpedo's en aan BB een tweetal wastafels
met daarachter een toilet.
Het officiersverblijf
Lopen we vanuit de boegbuiskamer naar achteren
dan belanden we, na het passeren van een waterdichte deur, in het
officiersverblijf. Allereerst aan SB het toilet officieren
en aan BB de
doucheruimte en tevens
wasgelegenheid van de officieren.Direct daarachter bevinden zich de
toegangsluiken naar de beide ondercilinders waarover later meer. Naar
achteren bevinden zich aan SB de 'Gamelle Officieren' t.w. 1
afwasbak, 1 kookplaat , ± 50 cm aanrecht en 1 kast voor komaliewant. Aan
BB bevindt zich de longroom (van de gang afgescheiden door een gordijn) met aan
de voorzijde van de longroom een slaapverblijf voor 6 officieren, 2 x 3-hoog. Achter
de longroom ligt de hut Commandant, met als afmeting ongeveer 1.90
x 1.50 m. Voorwaar geen echte kajuit zoals op
bovenwaterschepen.
De centrale
Dit is het hart van de boot met achtereenvolgend
de gevechtscentrale, de onderwatercentrale en de hulpcentrale. Voordat
we in de gevechtscentrale belanden passeren we de gesloten deuren van de
EVO/radarhut en vervolgens die van de sonarhut. Beide
hutten hebben in de loop der jaren vele veranderingen ondergaan voor wat
betreft deze
apparatuur, die tot aan de laatste vaarperiode geklassificeerd is gebleven.
In de gevechtscentrale vallen allereerst de beide periscopen
op, die in het midden van de centrale achter elkaar boven door de drukhuid naar
buiten verdwijnen. Verder vele soorten navigatie- en
gevechtsinformatiemiddelen zoals kompas echo-lood, plottafel, het
CEP-plot en de vuurleiding. De roergangerspositie
bevindt zich in de gevechtscentrale en wel over BB net voor de plottafel en
naast de opgang naar de brug. Om in contact te blijven
met de officier van de wacht tijdens bovenwatervaart beschikt de roerganger over
een spreekbuis. Voor hem bevinden zich de beide
telegrafen naar de hulpcentrale t.b.v. de vaart, een roergangersverklikker en
natuurlijk de bediening van het roer. Na passage tussen
trimpomp aan SB en de snuivermast midscheeps belanden we in de
onderwatercentrale met de posities van de voor-en achterduikroergangers over BB
en de bedieningen van vents en kingstons, trimpanelen en het blaaspaneel over
SB. Dan weer een nauwe gang met een deur naar de
radiohut over BB en vervolgens belanden we dan in de hulpcentrale met daarin het
bedieningspaneel van de voortstuwing, de hogedrukluchtcompressoren en de
lagedrukluchtblowers. Aan de achterzijde van de
hulpcentrale kan men afdalen naar de machinekamers, waarover later meer.
Het Onderofficiersverblijf
Dit compartiment bevat een slaapverblijf voor 10
onderofficieren, 2 x 3 en 1
x 4 hoog. In de doorloop naar achteren zijn eveneens 10
kooien, 3 voor onderofficieren in de z.g. koets. Nog
1 bed in de koets en 2 x 3 in SB brede zij voor de oudere manschappen. Er
is hier nauwelijks ruimte voor acht zitplaatsen en mede hierom bestaat de
mogelijkheid om binnenliggend het slaapverblijf in een paar handgrepen om te
toveren tot een ruimer verblijf. Het eigenlijke 'Gouden
Bal' , de zit-, eet-, en recreatieruimte voor 13 onderoffieren zit over BB
achter het slaapverblijf. Vlak achter de 'Gouden Bal'
bevindt zich de misschien wel belangrijkste ruimte van de boot n.l.
het kombuis, compleet met vier kookplaten, een oven voor het bakken van brood,
een koffieperculator en een mengmachine annex gehaktmolen, mixer etc. Ook
in het kombuis bevindt zich de vuilverwerker. Een soort
vertikale lanceerbuis waar gedurende de nacht het scheepsvuil wordt
'verschoten', netjes verpakt in speciaal daarvoor bestemde jute zakken.
Omdat dit vuilverwerken alléén snuiverend geschiedt kregen
deze zakken al snel de bijnaam 'snuiverzak'
Als laatste compartiment van de bovencilinder komen we in de hekbuiskamer. Een ruimte welke nagenoeg identiek is aan de boegbuiskamer, behalve dat zich hier een douchecel bevindt, tevens wasplaats voor onderofficieren. De hekbuiskamer wordt als regel gebruikt als cafetaria t.b.v. de korporaals en manschappen. Verder natuurlijk als torpedobergplaats van de reservetorpedo's voor vier hekbuizen. Evenals de boegbuiskamer is de hekbuiskamer ingericht als ontspanningscompartiment. In de hekbuiskamer is slaapgelegenheid voor twintig manschappen.
De ondercilinders
De ondercilinders van de 3-cilinder onderzeeboot
dienen, zoals in het eerste ontwerp van ir. Gunning reeds
was voorzien, als bergplaats voor victualiën waartoe zich in BB-ondercilinder
de
koel- en vrieskasten bevinden terwijl aan SB-zijde de droge stores en
aardappelbunker zijn ondergebracht. Via het luik in het
officiersverblijf zijn deze ruimten toegankelijk en verder naar
achteren is
de batterijruimten waar zich de batterijcellen bevinden. De
achterkant van de batterijruimten ligt tegen de machinekamers. Om
daar te komen kunnen we niet gewoon doorlopen maar moeten we via de luiken in de
hulpcentrale naar beneden. In de
machinekamers treffen we aan elke kant een diesel aan met daaraan gekoppeld de
generator. Deze generator wekt de stroom op die
benodigd is om bovenwatervarend of snuiverend de batterijen op te laden en/of om
de Hoofdelectromotoren aan te drijven die vervolgens middels een schroefas de
voortstuwers in beweging zetten. De Hoofdelectromotor
(HEM) bevindt zich geheel aan de achterzijde van de
machinekamer. Bij
elektrische onderwatervaart wordt de stroom voor de HEM direkt van de batterij
naar de HEM gevoerd. Verder bevinden zich in elke
machinekamer nog vele hulpwerktuigen zoals lenspomp, koelwaterpompen,
hydrauliekpompen en een verdamper. Om de drie cilinders
heen bevindt zich de z.g. stroomlijnbeplating. Deze
dient om de boot een zo glad mogelijke buitenhuid te geven ter bevordering van
een zo geruisloos mogelijk onderwatervaart. De ruimte
tussen de drukhuid en de stroomlijnbeplating wordt benut t.b.v. dehoofdballasttanks terwijl de ruimte tussen de drie cilinders wordt gebruikt t.b.v.
brandstoftanks. Onder het dek tenslotte vinden we o.a.
de trossenbergplaatsen, de bergplaats voor de valreep, de torpedolaadbomen,
diverse spillen en bolders. Klik op de onderzeeër en
maak eens een virtuele tour door een drie cilinder.
Onze dank in deze gaat uit naar Johan Heiszwolf
U kunt natuurlijk ook eens in een drie cilinder onderzeeboot rond
kijken te Den Helder, bij het Marine Museum ligt Hr.Ms.Tonijn deze is van
dezelfde klasse als Hr.Ms.Potvis.