INTRODUCTIE
Potvis type 3-cilinder onderzeeboot Het
eerste ontwerp van een 3-cilinder onderzeeboot stamt uit het jaar 1942, het
dieptepunt van de
Tweede Wereldoorlog. De toenmalige Ingenieur der Marine,
M.F.Gunning, werkzaam bij het Nederlandse Ministerie van Marine te Londen kwam
op het idee tijdens de succesvolle campagne van het Africa-corps onder de Duitse
generaal Rommel, die toen voor Alexandrië stond. Malta kon in die dagen slechts
tegen zeer grote verliezen voor geallieerden behouden blijven. Een eenvoudig
rekensom wees uit, dat een onderzeeboot met een laadvermogen van 500-1000 ton in
circa drie maanden tijd evenveel goederen naar Malta kon vervoeren als
enkele schepen van de beroemde 'Malta-konvooien' die hun doel bereikten.
Door een vracht-onderzeeboot te construeren waarvan het duiklichaam uit drie
cilinders bestond, zou een boot ontstaan met voldoende laadcapaciteit om aan die
eis te voldoen, n.l. door in de vrij kleine ondercilinders de machines en
batterijen onder te brengen kwam de bovencilinder grotendeels beschikbaar als
laadruimte. Om kort te gaan, na een wat gedetailleerde uitgewerkt voorontwerp
werd het een en ander onder de aandacht van de Britse autoriteiten gebracht,
hetgeen leidde tot enig overleg, o.a. met de toenmalige vlagofficier van
de Britse Onderzeedienst, Sir Max Horton. Dit leverde echter weinig resultaat op
omdat de Britten van mening waren dat Rommel binnen niet al te lang tijd het
veld zou moeten ruimen in Afrika. Hierdoor zou de noodzaak voor een
vracht-onderzeeboot komen te vervallen. Ook de bouwtijd, toch minimaal een jaar,
deed de Britten afzien van dit onderwerp. Toch zag Sir Max Horton
diverse mogelijkheden en zodoende kreeg Ir Gunning het verzoek om een
schets van een operationele onderzeeboot van dit type te maken. Binnen elke
weken stond een compleet ontwerp op papier, maar intussen was Sir Max Horton
gepromoveerd tot commander in ChiefWestern Approaches waarmee het project min of
meer op de achtergrond raakte.
Na de oorlog, toen de onderzeedienst net als de rest van de
vloot weer aan de wederopbouw moest denken, werden op het Ministerie van
Marine(afdeling Scheepsbouw) een groot aantal onderzeebootprojecten uitgewerkt
volgens dezelfde stafeisen en met dezelfde tonnages en vermogens.
In december 1948 viel uiteindelijk de beslissing ten gunste van het ontwerp van ir.Gunning. De 3 cilinder onderzeeboot had de voorkeur, redenen waren onder andere:
-Een gunstigere gewichtsverdeling
-Een betere ruimte-indeling
-Een betere ventilatiecirculatie
-Twee gescheiden voortstuwingsinstallatie die daardoor bij eventuele reparatie beter bereikbaar zouden zijn.
Al deze punten waren in het voordeel van het 3-cilinder typen van ongeveer 1150 ton.
Klik voor een vergroting
| Tonnage | . | 1530 ton bovenwater
1826 ton onderwater |
|
Afmetingen
|
lengte
breedte diepgang |
79,50 meter
7,80 meter 4,95 meter |
|
Voortstuwing
|
diesel
electro
|
2 MAN 4-takt motoren,12 cilinders na reparatie:
2x SEMT Pielstick PA4
2 Smit electro-motoren 2x168 cellen van Engelse makeladij na reparatie: 2 Holec electro-motoren 2x 168 Varta-cellenuit Duitsland |
|
Vermogen
|
diesels
electro |
2x 1250 apk, na reparatie 2x 1550 apk
2x 2200 apk |
| Snelheid | boven water
onder water |
14,5 knopen
17 knopen |
| Schroeven | . | 2 |
| Bemanning | . | 67 koppen |
| Bewapening | . | 4 boegbuizen van 53,3 centimeter
4 hekbuizen van 53,3 centimeter |
| Torpedo's | . | U.S.Mark 37
na reparatie U.S.Mark 48 |
| Dotatie | . | 16 torpedo's |
| Vuurleiding | . | Brits type 1001
na reparatie HSA M8 |
| Periscoop | . | Barr & Strout L.t.d. Glasgow |
| Duikdiepte | . | 350 meter |